guatemala-matigol.reismee.nl

Door Benjamin (Koen)

Nu eens een verhaal van mij. We maken en hoop mee en de tijd vliegt. Bij fundal is het altijd een verassing wat we gaan doen want soms zijn er kinderen maar soms alleen maar stagiaires en die zijn best lui. Deze week hebben we een sportdag voor de kinderen en hun familie georganiseerd op de sportschool van Xela, dat was wel vet. Toen we aankwamen bleek de atletiekbaan die we mochten gebruiken al bezet, dus hebben we een grasveld ingepikt waar niet veel mensen waren. De meeste kinderen vonden de spelletjes erg leuk ook al konden ze niet zoveel. Op het laatst renden we samen een rondje om de atletiekbaan en kreeg iedereen een diploma en ze waren vet trots.
Bij MatiGol vind ik het supervet. Ik begeleid de sportlessen en kan de hele dag met de kinderen spelen. Als ik boven op de berg aankom komen de kinderen me roepend tegemoet. Hier heet ik Benjamin, dat zal wel weer wennen worden als ik over drie weken terug ben in Nederland. Vorige week heb ik met Anniek de voetbaltafel gerepareerd. Een voetbalpoppetje miste zijn benen en na een uur klooien, vloeken en schelden gingen we naar de timmerman en lukte het om er een houtje onder te slaan. We hebben geen normale balletjes maar de kinderen vinden het ook leuk met pingpongballetjes en na de pauze zijn ze er niet meer weg te slaan.
In het weekend ging ik naar Huehuetenango, naar de familie van Roberto. Zaterdag ging ik met Anniek naar de begraafplaats en dat was bijzonder om te zien. Er zijn geen grafstenen maar er worden huisjes gebouwd waar mensen in worden gelegd en de rijkere mensen hebben een familiegraf. In de avond was er een feest en heb ik de hele tijd met de neefjes en nichtjes van Roberto gespeeld. Tijdens het eten kregen wij een enorm vol bord en de anderen kregen allemaal een klein plastic schaaltje. We zaten op retegammele stoeltjes en toen ik even anders wilde gaan zitten zakte ik er doorheen en lag ik op de grond en het ergste was nog dat ik daarna precies zon zelfde stoeltje kreeg, waar ik dus niet meer vol op durfde te zitten. En aan het einde van de avond had ik vet kramp. Zondag ging ik met Anniek nog de Mayatempels bezoeken. Het was eigenlijk best duur maar de buschaufeur had ons een paadje opgestuurd dat eindigde in the middle of nowhere waar een kneiteroud boertje ons de weg wees naar de ruïnes. We kwamen ergens achteraf bij de ruïnes uit, voorbij de kassa, en hadden vet lol omdat we de Guatemalteken eens konden terugpakken want we zijn hier supervaak geboord, vooral op de markt in Chichicastenango. De ruïnes waren tof en er was toevallig ook nog een mayaceremonie waar we naar konden kijken. Zondagavond moesten we weer terug en de bus waar we in moesten was verschrikkelijk. We zaten als beesten op elkaar gepropt, ik stond in het gangpad en stond met mijn achterste zo'n beetje in het gezicht van een chagrijnig vrouwtje. We moesten dik twee uur reizen en om dit vol te houden gingen we allemaal flauwe grappen maken en in het Nederlands lachen om de chagrijnige mensen om ons heen.  

Nu hebben we nog maar een week vrijwilligerswerk en zijn we bezig met het voorbereiden van het eindfeest bij MatiGol. Daarna gaan we nog een week reizen en dan is het tijd om terug te gaan naar Nederland. Ik maak hier heel gave dingen mee maar mis mijn vrienden en familie ook wel erg dus heb er wel vrede mee om terug naar huis te gaan.

Op reis

De rit naar Semuc Champey is weer typisch, zoals we het ondertussen gewend zijn: de eerste helft van de tocht racet de chauffeur met volle snelheid door de bergen, in de haarspeldbochten horen we de banden slippen. Na zo'n drie uur zie ik hem knikkebollen en bied ik een kauwgom aan met de hoop dat hij dan een beetje wakker blijft. Ik knoop een praatje met hem aan, en net wanneer ik over de geweldige kwaliteit van de weg begin, houdt het asfalt op en rijden we de volgende twee uur door diepe kuilen in de rotsachtige, hobbelige weg, met niet meer dan 10 km per uur gemiddeld. Na een poos begint er iets onderin het busje te rammelen, maar we komen toch zonder acute schade of lekke banden op bestemming aan.
Bijzonder aan deze rit is dat de tijd aardig klopt: na ruim 5 uur zijn we in Lanquin. Echter, daar zijn we er nog niet mee; het is nog 10 km naar Semuc Champey. De 'weg' hiernaartoe is nog slechter dan wat we juist achter de rug hebben, en nadat we een poosje moeten schuilen voor de regen rijdt er een 4x4-jeep voor. We hobbelen in het pikkedonker door de wildernis, spotten een fret met een enorme rattenstaart en stoppen na een minuut of tien met rijden. De chauffeur stapt uit bij een hotel en wij volgen zijn voorbeeld, waarna we terug de auto ingebonjourd worden want dit is niet het onze. Even later zijn we weer terug bij ons vertrekpunt in Lanquin om dan toch echt naar ons hotel door te reizen. Ik vraag de jonge knul achter het stuur of de overheid geen geld heeft om de wegen hier op te knappen en hij antwoord met een mix van cynisme en somberheid dat de overheid het geld liever in eigen zak steekt. We praten even over de enorme verschillen in mogelijkheden die bestaan tussen Nederland en Guatemala. Hij vertelt dat hij al tien jaar volop werkt, maar ondanks dat geen enkele financiële mogelijkheid ziet om iets meer te zien dan de plek waar hij zijn hele leven al woont. Ik wou dat ik miljonair was en hem een paar duizendjes kon geven en bedenk hoe gaaf het zou zijn een project op te zetten waarbij jonge, enthousiaste Guatemalteken de kans zouden krijgen om vrijwilligerswerk te doen in een ander land, zoals ik die kans gekregen heb: misschien wel gewoon in de onderbezette ouderenzorg in Nederland.
Bij het hotel El Portal aangekomen krijgen we een dorm toegewezen waar verder nog niemand in huist, dus we hebben fijn weer een plekje voor onszelf. We boeken een tour voor de volgende dag en eten en drinken voor het eerst in bijna twee dagen iets fatsoenlijks, terwijl we ons ondertussen verwonderen over een mot die zo groot is dat we 'm eerst voor een stevige vleermuis hadden aangezien. Als om elf uur de stroomgenerator wordt uitgezet luister ik nog even naar de woeste rivier en de duizenden krekels, voor ook mijn lampje dooft.

Semuc Champey:
Als ik de volgende dag naar buiten kijk ben ik meteen vol verrukking van de prachtige omgeving. Vanuit het open restaurant kijk je uit op de rivier en op de gammele, doch romantische brug waar we gisteren overheen gehobbeld zijn met de jeep. Voor mijn ontbijt bestel ik dezelfde pannenkoeken met fruit die ik de avond ervoor had gegeten, als tot mijn verbazing Benjamin er al aan komt. De service is erg Latijns-Amerikaans want het duurt een halfuur voor ik mijn sinaasappelsap krijg. Het zou moeten wennen, maar ik merk juist dat ik zo nu en dan een beetje genoeg begin te krijgen van het wachten en herhalen. De tour zou om tien uur beginnen en ruim na halfelf gaan we op pad. Omdat we zo laat weggaan, moeten we alvast onze lunch bestellen om tussen de middag tijd te winnen. Benjamin bestelt een sandwich en ik stel hem voor iets groters te nemen maar hij weet zeker dat het genoeg zal zijn. We beginnen met een behoorlijke klautertocht, waarbij een paar 60-plussers al na enkele seconden afhaken. Ik geef hen geen ongelijk want vanwege het regenseizoen is het overal nat en glibberig; ook voor mij een opgave. Twee vrouwen uit Spanje, met de leeftijd zo ongeveer van mijn moeder, durven het echter aan. Na anderhalve kilometer klauteren en een stijging van 360 meter bereiken we de Mirador op de watervallen en terrasbaden van Semuc Champey, een wonderbaarlijk gezicht. Met een knalrood en bezweet hoofd ga ik voldaan op de foto. Hierna dalen we via een andere weg weer af, richting de baden. We hebben prachtig zicht op de waterval, de groene baden (met wat bruin vanwege het regenseizoen, maar desalniettemin fenomenaal) en de ruige, woeste waterstroom die onder de baden doorloopt en daarna richting Río Dulce trekt. Dan begint het baadgedeelte. Ik besluit mijn schoenen en korte broekje aan te houden en dat blijkt een uitstekend idee. Benjamin wil persé zijn zonnebril meenemen, ondanks de waarschuwing van zowel de gids als van mij, en binnen vijf minuten is hij hem kwijt. Daarna gaat hij mopperen dat ik hem had moeten waarschuwen. Voor de grap moppert Benjamin constant op me, wat een rare indruk geeft aan de anderen aangezien iedereen blijkt te denken dat we een koppeltje zijn. Soms voel ik me er ongemakkelijk bij, maar van de andere kant: who cares!
We springen van het ene groene bad in het volgende, met een bommetje of een duik en de gids, die zich van zijn beste kant wil laten zien, loopt een beetje te paaien met salto's achteruit. We hebben vooral Amerikanen in ons groepje, waaronder een stelletje. Zij heeft een air om zich heen die veel dominantie en weinig zelfkennis uitstraalt en hij is een stille, vast heel lieve, vreselijk onhandige en dikke stereotype figuur die tijdens de trip zo'n drie keer bijna zijn nek breekt. De weg naar het laatste bad is geen sprong maar een natuurlijke waterglijbaan en na wat instructies durf ik als eerste. Hobbelend glij ik met nette snelheid naar beneden en plons ik in het water, waar ik in de reddingsboei plaatsneem en een hilarisch uitzicht heb op Benjamin, die mij volgt. Hierna volgt de laatste activiteit in de zwembaden: een klein tochtje in een stuk grot, waarin alles onderwater ligt, behalve tien centimeter om je neus naar boven te steken. Het laatste stukje dien je onderwater te duiken en ook hier ben ik de eerste die gaat. Ik moet erg mijn best doen om de claustrofobische Benjamin mee te krijgen; dat lukt als ik nog een keertje ga. Van de opwinding lukt het hem niet de instructies te volgen en stoot hij voortdurend zijn hoofd. Als ik weer goed en wel buiten op hem wacht, komen er opeens allemaal wapperende armen en benen onder de grot vandaan: ook het hoofd eerst was niet gelukt. Maar: he did it! Hij moest eens weten dat het ergste nog moest komen.

Het is ondertussen lunchtijd en we keren terug naar het hotel. Benjamin zit eindeloos te zeuren omdat hij zo'n honger heeft en het nu met een magere sandwich moet doen en ik zeg dat hij zijn mond moet houden. Als de serveerster komt ('Benjamin?') zet ze een dikke hamburger voor zijn neus neer. Hij kijkt er verlekkerd naar en neemt een hap voor ik uit kan spreken dat het waarschijnlijk voor iemand anders is. Even later horen we de serveerster opnieuw ('Benjamin?'). De onhandige Amerikaan antwoordt bevestigend en kijkt verbaasd naar zijn sandwich. 'I ordered something else, but I guess this will be fine as well'. Benjamin lacht in zijn vuistje en werkt zijn portie gauw weg terwijl ik hem voor asociale lul uitmaak.

Na de lunch begint de tocht door de grotten. Ik heb een jaartje geleden nog de grotten van Valkenburg bezocht dus meen wel te weten wat me staat te wachten. Het pakt toch net even anders uit. We worden geboden met zwemkleding de grot in te gaan. Iedereen behalve Benjamin, die buiten al hysterisch is voor wat hij zo gaat meemaken, heeft schoenen aan. We krijgen een kaarsje en staan binnen een minuut tot ons middel in het frisse water. Een minuut later moeten we zwemmen, met de kaars in de lucht, en ik fungeer als bode om Benjamin te waarschuwen voor alle rotsen waaraan hij zijn voeten lelijk kan bezeren. Hij tiert en hij vloekt en kijkt me halfwild aan terwijl de tocht steeds gekker wordt. We trotseren enorme massa's kolkend water, trekken ons op aan touwen en klimmen aftandse trapjes op en af. Op een bepaald punt gebied de gids, een soort aapman die de grot tot in de kleinste kiertjes lijkt te kunnen dromen, ons te wachten als hij de donkerte in verdwijnt. Na een paar minuten zien we ergens een lichtje vandaan komen en mogen we in beweging komen. Terwijl ik me tegen de stroming in trek en tracht mijn knieën niet blauwer te laten worden dan ze al zijn, probeer ik tegelijkertijd mijn kaars niet onder te dompelen. Dat laatste bleek onnodig, aangezien ik even later onder een ruige waterval door moet lopen. De gids heeft netjes gezorgd voor een brandende kaars, zodat ik die van mij opnieuw het licht kan schenken.
Op een bepaald punt aangekomen mogen we op een rots klimmen en twee meter lager het water in plonzen. Benjamin bedankt en gaat aan de overkant in het water naar de rest kijken. Toch blijkt die plek minder veilig dan de sprong, aangezien de lompige Amerikaan de instructies weer niet weet op te volgen, veel te ver vooruit springt en Benjamin bijna onder hem verzwolgen wordt.
Nu is het tijd om terug te keren, via bijna dezelfde, maar daardoor niet minder spannende, route. Zodra Benjamin het eerste buitenlicht ziet wordt hij helemaal mal van opluchting, die ook weer snel verdwijnt als hij daarna de puntige, rotsachtige trappen af moet met zijn gehavende voeten. Lief als ik ben haal ik zijn schoenen op en maken we ons klaar voor het (bijna) allerlaatste onderdeel van de dag: tubing in de rivier. Onderweg maak ik een praatje met de Spaanse vrouwen, twee vrolijke, malle bijdehante beppen, en complimenteer ik hen met het vervolmaken van deze inspannende dag. Ik vertel hen dat ik hun gelispel zo grappig vind maar dat ik blij ben dat dit in Guatemala niet gewoon is, omdat ik het zelf niet kan.

Het is heel simpel: je gaat zitten op een zwemband, wappert wat met je handen en probeert ervoor te zorgen dat er meer bier dan water in je bierblikje blijft zitten. De felle zon heeft plaatsgemaakt voor donkere bewolking en als we goed en wel in de rivier liggen begint het aardig te donderen, wat ook aan deze relaxte activiteit enige gezonde spanning brengt.
Wanneer we in een melige bui teruglopen richting het hotel passeren we de brug en de gids vraagt wie er vanaf wil springen. Ik!! En ik ben de enige. De groep telt af, waarna ik met een luide gil zeven meter naar beneden stort, om soepel in het water te landen. Het zwemmen naar de oever is nog het meest uitdagende van dit event, gezien de sterke stroming. De gids springt me achterna met een spectaculaire duik, waarmee deze malle dag toch echt is afgelopen. Door de nu stromende regen lopen we nagenietend terug. Op mijn beurt krijg ik nu alle lof van de Spaanse vrouwen, die nu van mening zijn dat de Hollandse meiden van de stoerste soort zijn. Het spijt me een beetje dat ik hen nooit meer zal zien, maar het is goed zo. Wat een dag!  

Dingen die je maar 1 keer doet (Anniek)

Er zijn een aantal dingen (cosas) die je maar een keer doet (of wil doen) in Guatemala. Ik zal er een stel noemen:
1. Je gebruikte wc-papier in de wc gooien. Je moet het er dan namelijk weer uitvissen want anders raakt de wc verstopt. Gelukkig heb ik ooit op tv gezien dat urine verschillende heilzame stoffen bezit.
2. Zwemmen in het zwembad van de sportschool in Xela. Wij buitenlandse vrouwen werden uitgebreid gefilmd en gefotografeerd, ondanks de weinig elegante badmuts (die is namelijk verplicht en werd ons uitgeleend). Een andere reden waarom we maar eenmaal zullen zwemmen in dit bad is omdat het volgeboekt is tot januari.
3. Beginnen aan een zin in het Spaans waarvan je binnen luttele seconden doorhebt dat de ander het nooit zal gaan begrijpen. (Dit is iets wat je nooit meer wil doen maar het gebeurt helaas toch met enige regelmaat).
4. In je t-shirt en korte broek een dagje uitgaan. 's Ochtends, vanaf 7 uur, staat er meestal een stralende zon en lijkt het wat dat betreft een veelbelovende dag te worden. Om 11 uur wordt het bewolkt en fris en een uur later sta je te bibberen in de stromende regen. Daar moet bij gezegd worden dat je aan het einde van de middag weer kan opdrogen want het regent meestal niet de hele dag.
5. Tortilla's eten. Wij zijn het er als groepje vrijwilligers collectief over eens dat dit geliefde, stinkende lapje maïsmeel het minst aantrekkelijke voedsel van het land is. Uit beleefdheid heb ik er toch zo nu en dan een genomen, totdat ik er een keer een had waar per abuis een verschrikkelijk chemisch goedje in was beland en ik brandwonden in mijn mond had. Dat was de grens.
6. In je eentje iets kopen van een man die er als een gladjakker uitziet. Kans is groot dat hij je na het afrekenen bij je middel (of erger) grijpt.
7. Lokale snoepjes kopen. Die zijn nog zoeter dan zoet en ik had al gauw nachtmerries over dat ik al mijn tanden verloor, zoals bij de gemiddelde Guatemalteek vanaf zijn 23e gebeurt.
8. Een korte broek aandoen wanneer je Engelse les aan groep 6 (cuarto grupo) moet geven. De jongetjes zijn minder in Engels geïnteresseerd dan ik zou wensen.
9. In een lunchroom een variatie bestellen op het standaard menu; dat is een hele operatie waarvan de bediening ernstig van slag raakt. Maar: als je van verrassingen houdt, moet je dat juist wél doen.
10. Je flesje hairconditioner zonder benul openen nadat je hebt gereisd van een dal naar een berg.   Door de onderdruk die is ontstaan vliegt het spul met een plof alle kanten op; maar als je geluk hebt, zit het dan ook op je haar.
11. Trachten te spieken naar de kilometerteller wanneer je buschauffeur als een halve gare door de stad scheurt: negen van de tien keer doet het ding het niet.
12. Vijfendertig quetzales betalen voor een fotolijstje dat twintig waard is.
13. Vijftig quetzales betalen voor een fluit die tien waard is.
14. Tachtig quetzales betalen voor een hoedje dat twintig waard is.  
15. ...

Hoofdstuk 5. Welcome to Guatemala: een stukje geschiedenis

Geschreven door Anniek

Elke dinsdag hebben we een workshop van Willie, een Guatemalteek met een uitgebreid
levensverhaal. Hij weet veel over zowel de recente als de vroege geschiedenis van het land. Vandaag begint hij een beetje ontmoedigend, met de mededeling: 'deze workshop is nogal saai.'
Maar gelukkig blijkt niets minder waar, ondanks mijn matige vermogen om de volledige impact van een geschiedenisverhaal te kunnen begrijpen en bevatten.

5.1  Maya's
Vorige week vertelde Willie over verschillende inheemse volkeren, waaronder de Maya's, zoals
zij in Guatemala leefden, lang vóór de invasie van de Spanjaarden. Hij maakte ons duidelijk dat
zij onder elkaar veel competitie om pracht en praal voerden en daardoor helaas (ook) niet heilig
waren als het ging om vrede en medeleven ('The bad part of the Mayans,' aldus Willie). Daarnaast vertelde hij over de prachtstructuur van de Maya-kalender, die we na afloop van de workshop een klein beetje begonnen te begrijpen. Een filmpje hierover is te zien op https://www.youtube.com/watch?v=5rijwHwOy8g

5.2  De Spanjaarden: kolonisatie of invasie?
Vandaag gaat de workshop over de komst van de Spanjaarden en over hun invloed op de
inheemse bevolking. Zoals ik ooit op de basisschool heb geleerd, bereikte Columbus in 1492
midden-Amerika, denkende dat hij India had bereikt. Daar hield mijn voorkennis algauw weer op.
De volkeren die hij aantrof, noemde hij Maya's, gezien het gegeven dat 'Maya' de naam is van de
moeder van de Indiase Boeddha. Er zijn tekeningen van olifanten gevonden, die erop wijzen dat
de Spanjaarden lange tijd dachten in India te verkeren.
Vóór de komst van de Spanjaarden woonden deze volkeren in kleine gemeenschappen. Antropologen zijn nog steeds in discussie over de namen die zij toen droegen.

5.3  Invasie
Columbus kwam voor kruiden, in tegenstelling tot Hernán Cortéz, die er 25 jaar later goud kwam zoeken, zonder succes. De winst moest dus vanuit een andere bronnen worden gehaald. Er werd niet op vriendschappelijke manier naar contact met de volkeren gezocht, want de vreemde gebruiken, rituelen en taal werden als duivels bestempeld. Willie vertelt hoe de Spanjaarden, slechts 200 man sterk, stuk voor stuk delen van Guatemala tot zich namen: zij hadden een volk uit Mexico meegekregen en begonnen hun strooptocht hier in Quetzaltenango, waar de K'iche' en de Mam met elkaar in conflict waren; een zwakke plek. Het gebruik van buskruit joeg beide volkeren doodsangst aan en zij hadden hier amper verweer tegen.

5.4  Guatemala op z'n kop
De Maya's moesten nu Spaans gaan spreken, in God geloven en zich houden aan de Europese
jaartelling en indeling van de jaargetijden: eerst bestond hier geen 23 november en zou ik onderzoeken op wat voor dag ik volgens de Maya-kalender jarig zou zijn (wat ik nog steeds wel wil gaan doen). Vrijwel alles wat de inheemsen eigen was, werd verbrand of anderszins vernietigd.
Later kwamen er ook Amerikanen, Engelsen en Duitsers het land verder in stukjes opdelen. Het resultaat daarvan is dat er in dit land gewogen en gemeten wordt in kilo's, libras, meters, inches en miles.
Willie laat ons de kaart van Guatemala zien en wijst aan: de naam Quetzaltenango is Mexicaans, Santa Cruz is Spaans en er is hier zelfs een stadje dat Livingstone heet; dat ontstond toen de Engelsen hier hun intrek namen. Zo zijn vrijwel alle steden opnieuw benoemd en rest er amper authenticiteit voor het gros van de mensen dat hier woont.

5.5  De Spanjaarden settelen: vermenging van volkeren
Antigua, een mooi stadje hier een paar uur rijden vandaan, werd de eerste Spaanse stad. De Spanjaarden, vrijwel allemaal mannen natuurlijk, zochten allemaal een vrouw uit en de inmenging begon. Hun kinderen werden Mestizos genoemd. De inheemse bevolking werd 'Indo' genoemd, een benaming die algauw een racistische lading met zich meenam. De Spaanse families deelden samen alle rijkdom van het land, de inheemsen hadden geen rechten. Nog steeds is het zo dat ongeveer vijftien families bezit hebben over vrijwel heel Guatemala.

5.6  Onafhankelijkheid
De Spanjaarden vonden geen goud en begonnen met het exporteren van hout, groente en fruit.
Aan de kust hadden zij te weinig Maya's tot hun beschikking. Daarom namen zij slaven uit Afrika
mee. In het noorden van Guatemala kom je dan ook opeens zwarte mensen tegen.
Van 1524 tot 1821 betaalden de Spanjaarden belasting aan het Spaanse Rijk. Op 15 september 1821 besloten zij hiermee te stoppen: de Dag van de Onafhankelijkheid was een feit. Deze dag is tot heden een feestdag in Guatemala, maar eigenlijk alleen voor de elite. De bevolking weet niet goed waar deze dag voor staat en drinkt de hele dag goedkoop bier. Willie geeft aan dat het voor hem geen feestdag is; hij wordt er eerder een beetje triest van. Volgende week mag ik kiezen of ik meevier (=drink) of dat ik toekijk met een vleugje melancholie. Het zal wel een combinatie van deze twee worden.

5.7  Nog meer exotische invloeden
In 1902 was er een rijke Spanjaard die weg was van Griekenland, met het resultaat dat er nu nabootsingen van Griekse zuilen in Parque Central staan en er theaters in Griekse stijl bestaan. Waar is Guatemala?!

5.8  Recente geschiedenis: Guerillastrijders
Zo duurde de chaos en verdeeldheid voort, met af en toe een president die niet militaristisch was ingesteld en iets van het land wilde maken. Die werd dan helaas vroeg of laat weer afgezet door een of andere dictator.
Rond de 1980 begonnen arbeiders zich te verenigen teneinde een revolutie te bewerkstelligen: de guerillastrijders waren geboren. Willie heeft zich bij deze groep gevoegd. Hij heeft niet gevochten maar gerecruteerd. Jarenlang hebben verschillende groeperingen in de jungle en in de bergen gewoond, getraind en gevochten. Uiteindelijk gingen deze groepen fuseren en werd de overheid bang. Hun antwoord was: terugvechten. In eerste instantie was het geweld puur gericht op de strijders. Daarna waren ook sympathisanten van de strijders het haasje. En uiteindelijk strandde het land in burgeroorlog, waarbij de overheid genocide pleegde: alle mensen die 'Indo' genoemd konden worden, waren hun leven niet meer zeker. Willie vertelt hoe honderden mensen tegelijk in grote gebouwen werden opgesloten, waarna het gebouw in brand werd gestoken, en hoe de foetussen uit zwangere vrouwen werden gesneden.

5.9  Einde van de burgeroorlog
In 1996 werd deze oorlog beëindigd en de boeren kregen voorzichtig beschikking tot eigen stukjes land. De guerillastrijders kwamen na vele jaren uit de jungle en stichtten een eigen community, genaamd Santa Anita. Hier leerden zij koffie verbouwen (een product dat overigens afkomstig is van Afrika). Zij kunnen zichzelf goed onderhouden. Willie heeft nooit in die community gewoond; hij was naar de VS gevlucht. Hij heeft zijn kameraden later wel opgezocht, maar heeft zich gedistancieerd omdat hij merkte dat er zich intern veel geweld en problemen voordoen, doordat deze mensen nooit hun traumatische ervaringen hebben kunnen verwerken.

Willie geeft aan dat Santa Anita een beroemde plek is geworden vanwege haar verleden en
koffieteelt. Regelmatig hebben zij gelden ontvangen, maar dat pakt volgens hem niet goed uit,
doordat er zoveel problematiek speelt. Al is er geld voor therapie; het is een enorm taboe in Guatemala.
En bovendien is er in dit land geen therapeut te bekennen.

Hoofdstuk 4. De Guatemaltheek

Inleiding
Nu er inmiddels 3 weken vrijwilligerswerk op zitten, is het mogelijk hier iets zinnigs over te vertellen. We hebben een vast weekschema, waarnaast we zelf nog wat extra dingen op ons hebben genomen, omdat die op ons pad zijn gekomen.
Tijdens de avonden proberen we zoveel mogelijk danslessen te volgen, zowel voor ons eigen plezier als voor de danslessen die Sabine en ik op school verzorgen. Het schema ziet er als volgt uit:

Maandag
Ochtend: Fundal (zie verderop voor meer info)
Middag: Spaanse les (3 uur)

Dinsdag
Ochtend: Fundal
Middag: Workshop, verschillende thema’s met betrekking tot Guatemala

Woensdag
Ochtend: MatiGol bij Rudolf Walther, Engelse les geven / klusdag
Middag: vrij! en voorbereiden activiteiten

Donderdag
MatiGol, hele dag: sportles, dansles, Engelse les (en binnenkort muziekles?)

Vrijdag
Ochtend: MatiGol, sportles en Engelse les
Middag: Spaanse les (3 uur)

5.1 Fundal (maandag & dinsdag)
Fundal is een organisatie voor kinderen (0-18 jaar) met meervoudige beperkingen: de kinderen zijn doof, blind of slechtziend, autistisch of hebben het syndroom van Down, en combinaties hiervan. Het idee was in eerste instantie dat we alle vier een specifiek kind zouden krijgen toegewezen dat we gedurende twee ochtenden in de week zouden begeleiden. De grap was echter dat er veel meer begeleiders dan kinderen aanwezig waren: bijna alle moeders zijn de hele tijd aanwezig en verder lopen er op het moment ongeveer twintig stagiaires rond naast de vaste medewerkers, terwijl er dagelijks niet meer dan 20 kinderen aanwezig zijn.
Na anderhalve dag aanschouwen hoe de stagiaires en moeders in de klasjes zitten te knippen en plakken, terwijl veel van de kinderen glazig voor zich uit staren of voortdurend proberen te ontsnappen en wij zelf helemaal niks te doen hebben, besluiten we ons ‘werk’ af te breken en naar onze begeleidster te stappen. Sabine, die veel ervaring heeft met autisme, geeft aan dat het niet alleen saai voor ons is om met vier volwassenen bij één kind te zitten, maar dat deze situatie daarbij erg ongunstig is voor het kind, dat juist structuur nodig heeft en op deze manier niet meer weet naar wie het moet luisteren. Zij geeft aan dat ze graag de moeders uit de klasjes wil halen door hen een activiteit aan te bieden. De jongens, die met verkrampte vingers rondlopen vanwege het uitknippen van honderden papieren bloemetjes, stellen voor om gymles te gaan verzorgen.

In de hierop volgende week vindt er dan ook een transformatie plaats op Fundal. Sabine en ik maken met zo’n tien moeders een start met het borduren van kussentjes, waarvoor wij in het weekend inkopen hebben gedaan van ons ingezamelde geld. Het idee is dat de kussens verkocht worden, opdat de vrouwen zelf nieuwe materialen kunnen aanschaffen of workshops kunnen inkopen nadat wij weer weg zijn. Het voorlopige resultaat verschilt echter sterk per vrouw; van sommige vraag ik me af of ze wel goed genoeg kunnen zien om te kunnen borduren. Wel is er veel plezier tijdens de activiteit; wij hopen dat er binnenkort voldoende structuur is zodat de vrouwen ook zelfstandig verder kunnen werken.
De sportlessen zijn een geweldig succes! Tijdens onze borduur-uurtjes zien en horen we de kinderen juichen, klappen en kirren van plezier. Zij hoeven nou niet meer het gros van de dag aan hun tafeltje te zitten en ontwikkelen ondertussen hun motorische vaardigheden, waarin zij ernstige achterstanden hebben.

5.2 MatiGol – Rudolf Walther
In het dorpje Salcaha, ik denk ongeveer zo groot als De Bilt maar dan net een beetje anders, ligt het complex Rudolf Walther alwaar het sportproject MatiGol plaatsvindt. Rudolf Walther was een rijke Duitser die op enkele plaatsen in de wereld (waaronder ook in Roemenië) weeshuizen heeft opgezet om kansarme kinderen onderdak en educatie te kunnen bieden. Boven op een berg, met prachtig uitzicht, wonen zo’n 130 kinderen in een 18-tal huizen, overal met één begeleidster. De school, die op het complex is gelegen, biedt ook plek aan arme kinderen die wel nog thuis kunnen wonen. Er is een enorm sportveld, dat sinds kort fanatiek wordt gebruikt doordat twee jongemannen, Fernando en Christian, met het initiatief kwamen om sportlessen te gaan verzorgen; iets wat niet gebruikelijk is op scholen in Guatemala. Zij hebben lange tijd als vrijwilliger gewerkt, totdat er een geldstroom mogelijk werd gemaakt; mannen met een missie!

Nu, na week 3 (eerste week was uitsluitend Spaanse les), geloof ik dat ik goed aan het wennen ben: aan de hoogte, het gebrek aan structuur en aan de vele verschillende taken die van me worden gevraagd. Afgelopen donderdag heb ik met Sabine de eerste dansles gegeven alsof ik dat mijn leven lang al doe, terwijl ik nauwelijks de basis van de Salsa onder de knie heb! De kunst zit ‘m erin om de kinderen uit te dagen hun creativiteit tevoorschijn te laten halen: zodra dat lukt hoef je zelf niet zoveel te kunnen. Ook Fernando en Christian blijven hameren op het werkwoord ‘fomentar’ (coachen, enthousiasmeren). Wel gaan we nu zelf dus zoveel mogelijk danslessen volgen om de kinderen voor te blijven. Doordat we zoveel verschillende bezigheden hebben, ben ik (nog) niet aan het verzorgen van muzieklessen toegekomen. Dat ik meedoe met de dansles is al een onvoorziene extra uitdaging. Ik wacht mijn energie en inspiratie even af voordat ik besluit of muziek er ook nog bij kan. Mag wel, moet niet.

Vanaf nu wordt de woensdag gereserveerd om te klussen op het terrein. We gaan onder andere de muren die het basketbalveld omringen schilderen met vrolijke kleurtjes, en hopelijk meer.

Sport – MatiGol
We ondersteunen op het complex de sportlessen van kinderen tussen de 4 en 14 jaar en elke groep vraagt uiteraard om een andere insteek. De kinderen mogen zelf kiezen welke sport ze gaan doen, of ervoor kiezen in plaats daarvan met blokjes te gaan spelen. Ook zijn ze vrij om te snoepen wat ze willen tijdens de lessen. Het gebrek aan structuur maakt het moeilijker dan nodig om de aandacht van de kinderen vast te houden. Mijn handen jeuken om hier iets aan te doen, maar gezien ons korte verblijf en mijn nog gebrekkige Spaans heb ik mij erbij neergelegd om mijn doelen te zoeken in het oefenen van mijn improvisatietalenten en in het enthousiasmeren en corrigeren van de kinderen. Dat laatste valt vaak niet mee omdat de meeste jongetjes, hoe klein ze ook zijn, weinig tot geen respect hebben voor een docent van het vrouwelijk geslacht. Ook iets waar ik me hier (helaas) bij neer dien te leggen.

5.3 Overig: alle beetjes helpen (?)
Los van de projecten waaraan we deelnemen vanuit MatiGol, komen we hier veel schrijnende situaties tegen. Een tweetal voorbeelden.

Claudia (2)
Eerder heb ik al verteld van Claudia. We zijn vorige week met haar gaan winkelen, hebben nieuwe kleren en schoenen voor haar gekocht en haar een middag verwend. Josan, onze begeleidster, zou afgelopen vrijdag met haar naar een organisatie voor de Rechten van het Kind gaan om haar te beschermen tegen haar moeder en om mogelijk te maken dat zij veilig op een andere plek kan gaan wonen. Dit heeft Claudia echter zodanig afgeschrokken dat zij weggelopen is. Zij is bang voor het welzijn van haar jongere broertje en zusje wanneer zij niet meer thuis komt en durft het gewelddadige gedrag van haar moeder niet op papier te laten zetten. Nu is het hopen dat ze een dezer dagen weer op komt dagen.

Zwerfhonden
Het stikt hier van de duiven. En van de mensen die zaadjes kopen om deze duiven te voeren. Het stikt hier ook van de schurftige, schichtige, magere zwerfhonden. Zij zijn echter minder geliefd en worden weggejaagd (wel logisch want ze willen eten roven) en ernstig mishandeld. Een dezer dagen gaan we een heleboel botten kopen, zodat de dieren iets hebben om de honger en dorst even te vergeten. Er is in Xela gelukkig een organisatie die zich inzet voor deze dieren: Asociación Amigo Fiel. Zij vangen de meest zieke dieren op, verzorgen ze, steriliseren of castreren ze en zoeken een aardig baasje. Ik ga er binnenkort een kijkje nemen en ben voornemens een stukje van mijn donatiegeld aan deze organisatie af te staan.

Hoofdstuk 3. La Iglesia: bezieling, hoop, compassie en therapie

Door Anniek

Ik heb met doña Sandra, de oma van mijn gastgezin, afgesproken om vandaag mee te gaan naar de kerk (la Iglesia). Om tien uur ‘s ochtends gaan we van huis en wandelen we tezamen naar het huis van haar beste vriendin. Tijdens de wandeling vertelt ze dat we rond half twee weer thuis zullen zijn, het belooft dus een behoorlijke dienst te worden. Vriendinlief is nog niet klaar en in de kleine patio, die vol planten staat (dat zie je hier niet veel) wachten we eventjes terwijl ze haar boeltje bij elkaar raapt. Dan lopen we naar de hoek van de straat, alwaar we op de microbus wachten. De eerste die langskomt zit bomvol, en gezien het feit dat doña Sandra bijna blind is slaan we deze over. De twee vriendinnen kletsen ondertussen een beetje bij.

Na een ritje van een minuut of tien stappen we uit de microbus. Ik kijk om me heen en verwacht dat we nog een eindje moeten lopen, want ik zie nergens een kerk. Ik blijk er echter pal voor te staan: bij een garagepoort met een deurtje erin, waarvoor ik mijn hoofd moet bukken, gaan we naar binnen. Ik word hartelijk verwelkomd, krijg een zoen, een kaartje met een bijbelvers erop en een snoepje. De deur blijft gedurende de hele dienst open zodat mensen vrij zijn om te komen en te gaan.

De kerk bestaat uit een enorme zaal met een podium. Er staan naar schatting zo’n duizend plastic tuinstoelen in voor de bezoekers, die voor meer dan de helft bezet zijn. Om het geluid te dempen is het volledige golfplaten dak bedekt met eierdoosjes. Er zijn geen ornamenten of versieringen, er is geen stilte en er zijn geen geboden. Op het podium staat een band: zanger, zangeres, een vrouw die keyboard speelt, een trompettist en in een afgesloten hokje zit een enthousiaste drummer. Zij zingen vol bezieling, rustige liederen worden afgewisseld met rockachtige muziek en ik heb meer het idee bij een of ander concert te zijn beland dan in een kerkdienst. De liederen zijn repetitief en hebben daardoor een meditatieve uitwerking op de bezoekers. Tijdens een stevig lied wordt er meegezongen, gedanst en gesprongen, geroepen en geklapt en men strekt de armen naar de hemel, vragend om troost en vergiffenis. Kinderen kijken naar hun ouders en proberen hen na te doen. Bij een rustig lied doen alle vrouwen hun sjaaltje om hun hoofd en buigen ze het hoofd. En hier zie ik wat ik tot nu toe zo gemist heb in dit land: hier worden emoties van verdriet en machteloosheid getoond. Op deze plek, in deze enorme zaal, zie ik huilende vrouwen én mannen, een man die met zijn slapende baby danst en een man die een andere man troost. Kerkleden lopen rond en delen zakdoekjes uit waar nodig. Het harde, cynische masker waar ik de mensen hier elke dag mee zie rondlopen, wordt op dit moment even af gezet. De mensen hebben hier de tijd om verdrietig te zijn om alles wat hen is overkomen of wat hen nog steeds overkomt, om daarna weer een week lang sterk voor de dag te kunnen komen. Het feit dat de mensen hier durven te voelen en te huilen maakt ook mij emotioneel en ik pink stiekem hier en daar een traantje weg.

Na zo’n drie kwartier is de muziek afgelopen en ongeveer eenvijfde deel van de mensen verlaat de kerk. Het is nu tijd voor altruïsme. Een man stapt het podium op en vertelt over noden van de medemens: er is iemand die dertig plastic stoelen nodig heeft, een ander heeft vier kwasten nodig en weer een ander vraagt om een bed, magnetron en koelkast. De laatste goede man heeft wat veel gevraagd want zijn verzoek wordt niet ingewilligd, maar voor de andere benodigdheden steken mensen uit de zaal hun hand op en geven zij aan hoeveel van het gevraagde materiaal ze kunnen missen. Zij krijgen een kaartje waar zij hun gegevens op zetten om hun gift te vergeven.

Hierna volgt een verrassing voor mij. Ik heb aan doña Maria (dochter van doña Sandra) gevraagd of ik foto’s mag maken van de dienst, en net wanneer ik daarmee bezig ben denk ik mijn naam te horen vanaf het podium en kijk ik vragend achterom. Maria knikt naar me op het moment dat ik (uiteraard in Spaans) hoor vragen: Anniek uit Holland, waar zit ze? Mijn familie gebiedt me op te staan, wat ik maar doe en met mijn verlegen kop ontvang ik het applaus dat ik krijg, ter verwelkoming in deze kerk. Gelukkig gaat de aandacht daarna uit naar nog enkele nieuwe bezoekers, en kan ik weer een beetje tot mezelf komen.

Dan volgt een soort lange preek waar ik maar weinig tekst van begrijp. Wat ik wel begrijp, is dat de predikant samen met de bezoekers een verhaal uit de Bijbel vertelt. Hij leest het niet voor, maar laat de bezoekers samen tot het volledige verhaal komen. Ondertussen maakt hij veel grapjes (die ik niet begrijp) en wordt er veel gelachen. Ik zie hem dan ook vooral als een gelovige cabaretier. Ook oefent hij een stuk tekst uit de Bijbel met hen. Hier en daar roepen mensen ‘amen’ of ‘halleluja’ wanneer ze daar behoefte aan hebben, kinderen lopen in het rond en tussendoor gaat men naar de wc: het mag hier allemaal en ik geniet ervan.

Het einde van de dienst is toch voor velen het belangrijkste. De band komt nog eenmaal tevoorschijn. Vrijwel alle mensen lopen naar voren en knielen op de grond of spreiden hun armen om de zegening van de predikant in ontvangst te nemen. Wederom word ik geraakt door de kwetsbare opstelling van de mensen en voel ik opluchting met een vleug van melancholie. Mijn familie is bij mij blijven staan en op een gegeven moment hoor ik heftig snikken achter me. Als ik voorzichtig achterom kijk zie ik Maria met haar dochter Bettie in haar armen: zij is vorige week naar een oom ver weg verhuisd omdat ze thuis te weinig huiswerk maakt en voor de tweede keer dreigt te blijven zitten. Ook zij voelen hier de ruimte voor verdriet en troost. Ik denk aan mijn vader, mis hem, laat een paar tranen gaan en moet tegelijkertijd lachen omdat hij het waarschijnlijk zou verafschuwen dat ik juist tijdens een kerkdienst tijd en aandacht voor hem heb.

Hoofdstuk 2. Een greep uit het leven in Xela

2.1 Claudia
Martes, 5 de agosto

Na 4 uur intensief bezig te zijn geweest met Spaanse lessen, lopen we met ons vieren in een melige bui naar huis. We kopen bananen en als we die op hebben, plagen we elkaar met de schillen. Een laatste bananenschilworp van Roberto doet Sabine en mij besluiten de jongens in de maling te nemen. Bij onze familie aangekomen verpakken we de schillen in een zakje van de heerlijke bakkerij Xela-pan en begeven we ons naar de familie van de jongens. We willen het zakje afgeven aan ‘madre’ Antoineta met de vraag het aan de jongens te geven, maar zij nodigt ons uit binnen te komen. We leggen onze bedoeling uit maar zij blijft erg timide. Als we vragen hoe het met haar gaat begint ze te vertellen. Claudia, het dertienjarige meisje dat sinds drie dagen bij haar in huis is, met wie wij gisteren kwartet hebben gespeeld, is vandaag weggelopen. Ze is al uren zoek en het wordt al donker. Zij woonde eerst bij een buurvrouw maar kon daar niet aarden. Haar moeder wil haar niet en vader is ook geen optie. Ze heeft veel over straat gezworven en kan zich nergens meer thuisvoelen. Ze is erg klein voor haar leeftijd, door het structurele gebrek aan voedsel en vitaminen; ik had haar op negen jaar geschat. Madre Antoineta is erg overstuur. Haar zoon en een vriendinnetje van Claudia zijn naar haar op zoek.
Na een poos is er wat gestommel aan de deur en komen ze gedrieën naar binnen. Sabine maakt een welkom gebaar, waarop Claudia haar in de armen vliegt, in snikken uitbarst en niet meer los laat. Een tijd lang blijven ze zo zitten. Het vriendinnetje vertelt dat Claudia naar haar moeder was gegaan maar dat ze door haar niet werd binnengelaten. Wanneer ik het zelf te kwaad krijg, ga ik even buiten zitten. Daar is onze doña Sandra, bij wie ik mijn verhaal kwijt kan. Ze vertelt dat dit soort verhalen erg veel voorkomen in Guatemala. Wanneer ik terug naar binnen ga om Sabine te halen voor het avondeten, rent Claudia op me toe en klampt ze zich ook aan mij vast. We weten haar een klein beetje op te vrolijken en gaan dan met een bezwaard hart naar onze familie terug. De mooi verpakte bananenschillen nemen we mee en mikken we gauw in de prullenbak.

Een week later ziet Claudia er een stuk beter uit: haar gezicht is wat voller en ze is meestal vrolijk. Elke dag komt ze een dikke knuffel bij ons halen voor we naar onze bezigheden vertrekken. Soms wil ze niet meer loslaten en loopt ze achter ons aan. Wanneer we haar duidelijk maken dat Doña Antoineta haar zal gaan zoeken, kijkt ze begrijpend, groet ze ons en keert ze naar haar nieuwe thuis terug. Het is een meid met een uitzonderlijk observeringsvermogen. Na mijn eerste dag bij sportproject MatiGol kwam ik haar begroeten en het eerste wat ze zei was 'Tú eres cansada!' (jij bent moe). Op een ander moment had ze de stemming van Sabine ook door in een split second. Wellicht heeft ze dit uit noodzaak leren doorzien, in het beloop van haar onveilige leventje. 

2.2 La familia
Miércoles, 6 de agosto

Na een paar dagen kijken en gissen kunnen Sabine en ik onze nieuwsgierigheid omtrent onze familie niet meer bedwingen: we besluiten te proberen erachter te komen hoe de vork hier in de steel zit. We weten namelijk niet goed met hoeveel mensen we samenwonen in dit huis en wie bij wie hoort. Er was ons verteld dat we gingen wonen bij een gezin bestaande uit een grootmoeder met haar dochter en twee kinderen, maar er spookt daarnaast af en toe een zonderlinge, oude man rond en we zagen iemand die de vader van de dochters zou kunnen zijn (maar die is inmiddels nergens meer te bekennen) én we zien een jongeman van wie we geen idee hebben wie hij is.
We stellen onze vragen zo beleefd mogelijk en zij worden heel sportief opgepakt. We krijgen al gauw te horen dat de meeste gasten erg benieuwd zijn en zij vinden het niet erg om de situatie uit te leggen.
De jongeman blijkt een highschool-student die hier op kamers woont. De volwassen man is niet de man van de twee dochters (‘Nee, want mijn dochters zijn knap!’ aldus moeder). Het is de vriend van moeder, maar hij werkt in Guatemala-stad en is alleen hier in het weekend. Waar de vader van de meiden is, weten we nog steeds niet, maar de ouders zijn in ieder geval gescheiden. De zonderling blijkt de man van grootmoeder te zijn. Echter, zij zijn een aantal jaren geleden informeel gescheiden. Hij woont nu in een kamertje achter mij en bakt af en toe een ei voor zichzelf, in de keuken van de familie. De rest van de dag zit hij op zijn bed te zitten en 's nachts gaat hij tv kijken in de huiskamer.

Moeder is een intelligente vrouw met bijzonder veel humor. Ze steekt graag overal de draak mee en kan hartelijk om onze steeds gewaagder opmerkingen lachen, evenals om de gekke situaties die ontstaan door onze gebrekkige kennis van de Spaanse taal en om de ontelbare bultjes die we op ons lijf hebben dankzij de vlooien en luizen van hondje Toby.
Grootmoeder is een bijzonder lieve vrouw. Het gaat echter niet goed met haar. Ze heeft suikerziekte en is bijna blind. We zien dat ze erg moe is. Wanneer we tijd hebben, nemen we de afwas van haar over. Soms ben ik bang dat we haar tijdens ons verblijf nog zullen zien gaan. Maar het lijkt erop dat de mensen hier taaier zijn dan in het comfortabele Nederland.

2.3 La maestra
Jueves, 7 de agosto

Door de vele uren die ik samen met mijn maestra Spaans doorbreng, wisselen onnozele en diepzinnige gesprekken zich met regelmaat af. Vandaag praten we onder andere over het vrijwilligerswerk dat ik vanaf volgende week zal gaan doen. Als bezoeker van Guatemala stel ik haar de vraag of ze zelf weleens gereisd heeft. Als antwoord krijg ik dat ze soms wel reist, in de ochtend of in de avond, als ze niet hoeft te werken. Ik vraag of ze er meer over wil vertellen.
Vanaf haar 17e was zij verantwoordelijk voor haar jongere zussen. Zij werkte en zorgde voor hen. Haar zussen trouwden beide rond hun 16e jaar en hadden veel problemen binnen hun nieuwe gezinnen. Zelf trouwde zij veel later en kreeg zij een zoon. Binnen twee jaar kreeg haar man zodanig veel psychische problemen dat zij uit zelfbescherming bij hem weg is gegaan. Zij voedde haar kind op, verdiende haar eigen geld en heeft het op een of andere manier nog voor elkaar gekregen om docente Spaans te worden én social worker voor kinderen in het lager onderwijs. Zo’n 20 jaar lang werkte ze 10 uur per dag; ‘s ochtends op school en ‘s avonds als docente Spaans. Tijdens schoolvakanties werkte ze extra als docente; vakanties waren er niet bij. Ze sluit het gesprek af door te vertellen dat haar zoon inmiddels advocaat is, waardoor het voor haar mogelijk is geworden om minder te werken.
Mijn hoofd is vol, en dit keer niet van de intensiviteit van de les.

Hoofdstuk 1. De grote reis

Inleiding
Roberto, Koen (vanaf nu: Benjamin want in Guatemala weet men van 'Koen' geen chocola te maken), Sabine en ik (Anniek) hebben inmiddels al vele avonturen beleefd en hebben vandaag voor het eerst rustig de tijd om een en ander op de blog te zetten. We beginnen bij het begin: de reis van Schiphol naar Guatemala. We wensen je veel leesplezier en we zouden het leuk vinden om reacties vanuit het verre Nederland te horen! 

Reisschema
6.15 (NL) vertrek naar Schiphol, in mijn geval door taxibedrijf Rob & co (broer, moeder & vriend)
7.00 (NL) aankomst Schiphol
10.10 (NL) vertrek naar Houston
20.30 (NL) / 13:30 (US) aankomst in Houston
02.45 (NL) / 19.45 (US) vertrek naar Guatemala City
06.30 (NL) / 21:30 (GT) aankomst Guatemala City
08.00 (NL) / 23.00 (GT) aankomst hotel in Antigua
19.00 (NL) / 10.00 (GT) vertrek naar het gastgezin in Xela, Quetzaltenango
22.30 (NL) / 14.30 (GT) aankomst gastgezin

1.1 Schiphol – afscheid
Na het uitwisselen van ettelijke, maar toch te weinig knuffels en afscheidskussen, vertrekt ons groepje van 4 als een kip zonder kop een willekeurige richting op om daarna terug te keren en tegen de verbaasde en wat giechelige achterblijvers te bluffen dat we hen nog een ererondje gunden, alvorens in te checken.

1.2 Schiphol – inchecken
Bij de paspoortcontrole wordt me gevraagd wat ik in Guatemala ga doen. ‘Eh, vakantie vieren,’ komt er weifelachtig uit mijn mond. De organisator van Commundo had ons namelijk gevraagd dat als antwoord te geven, in verband met het visum. Ik voel me meteen een oplichter en doe mijn best zo casual mogelijk weg te lopen als hij me met een uitgestreken gezicht veel plezier wenst. Maar de echte pret moet nog komen, bij de douane aan Gate G9. Een vrouw op hoge hakken nodigt ons samen uit om bij een tafeltje te komen staan en stelt ons de nodige vragen, nadat ze haar vertrouwde riedeltje had afgedraaid (Zijn dit jullie eigen tassen? Hebben jullie ze zelf ingepakt? Etc.).
-Zijn jullie vrienden van elkaar?
-Tja, min of meer, mompelen we door elkaar.
-Kennen jullie elkaar al lang?
-Ja wel een poosje.
-Hebben jullie zelf de tickets geboekt?
-Nee.
-Hebben jullie de tickets gewonnen?
-Nee.
-Wie heeft ze dan geboekt?- Eindelijk een vraag waar we iets mee kunnen.
-Stichting Commundo.
-En hebben jullie ze toen aan Commundo betaald?
Hier zegt de helft van ons ja en de andere helft nee. Ik besluit mijn mond nu maar gesloten te houden, dat zal de risico’s op foute antwoorden met een achtste doen afnemen.
-Wat gaan jullie daar dan doen?
-Rondreizen- zegt Sabine. Dan realiseert ze zich, net iets later dan deze doorgewinterde douanemevrouw, dat Stichting Commundo waarschijnlijk niet zomaar een rondreis voor ons plezier zou betalen, dus ze voegt er aan toe -.. en wat vrijwilligerswerk.- De vrouw kijkt ons een voor een aan, het gesprek lijkt niet de goede kant op te gaan. Dan vraag ik haar of ze de uitgeprinte groepstickets wil zien en dat lijkt haar een goed idee. Al zoekende tussen mijn formulieren komt mijn niet-volledig gestempelde en dus officieel ongeldige medicijnenverklaring enkele keren voorbij en ik hoop dat ze die niet ziet, want dan hebben we een nieuw onderwerp van conversatie. Maar de prints geven haar voldoende duidelijkheid en we promoveren naar de X-ray. Per abuis nemen we bijna haar handtas mee, die daar onbeheerd onder de tafel staat, naast onze eigen bagage. Zou ze ervan af hebben gewild?

1.3 Opstijgen
Ik zit op stoelnummer 17c. Parallel aan mij, in de middenrij, zit een donkere vrouw, starend voor zich uit en stijf van angst, haar hele lichaam tot aan haar ogen ingepakt in de blauwgeribbelde United-deken, alsof die haar zou kunnen beschermen tegen een voortvluchtige raket. Af en toe sluit ze haar ogen en ik vraag me af of ze bidt, en tot welke god. Ik zou haar hand willen vastpakken maar ik durf niet naar haar toe te gaan. Ik denk aan de bloemenzee op Schiphol, die me onverwacht kippenvel bezorgde en vraag me af of ook zij daaraan denkt. In lijn met de contrasten die ik de komende tijd nog volop zal gaan tegenkomen, wend ik me dan tot mijn privéscherm dat is ingebouwd in de stoel van mijn voorbuurman en zet ik de serie ‘Orange is the new Black’ aan, omdat Regina Spektor de inleiding ervan toezingt.

1.4 In de lucht
De stewardess komt langs: – Anything to drink?- Ik heb nog een bekertje water staan en bedank haar vriendelijk. Dan neem ik mijn eerste hap van de vega-Hindimaaltijd, die ik uit nieuwsgierigheid gekozen heb. Er treedt me een orale belevenis tegemoet die me doet blozen, en de portie pitten, zaden en blaadjes die ik tegenkom als ik door het eten peuter zouden mijn Biltse gemeenteplantsoen met gemak kunnen omtoveren tot een exotische tuin. Ik heb algauw door welke zaden ik er beter uit kan vissen maar dorst heb ik meteen. Ik draai me om en vraag mevrouw de stewardess of ik toch nog iets mag drinken (please?). Ze is geenszins pleased maar geeft me toch een nieuw bekertje water.
Een uur later komt ze opnieuw langs om ons van drinken te voorzien.
-Could I have some coffee, please?- vraag ik op mijn vriendelijkst. Of ik melk en suiker wil.
-No, just black, please.- Ze kijkt me aan alsof ik zwarte keutels heb besteld en blijft zo even naar me staren.
-Last time you asked with sugar. I’ve got more things to do, you know! So, sugar?
-Eh no, black please.- Ik heb nog niet eerder om koffie gevraagd. Ze peurt het bekertje op mijn dienblad. Met deze mevrouw word ik vast geen vrienden. Dan wendt ze zich tot mijn buurman, die cola bestelt.
-Of course, my darling, I’ll give you the whole can. You at least tell me what you want.- In het Nederlands lachen we in onze vuistjes.

1.5 Landen
Het eerste zicht op Amerikaans land, vanuit fikse hoogte bezien, lijkt akelig veel op Nederland: landelijk en vooral plat.
-Wat is Amerika prachtig hè- zeg ik tegen Roberto.
-Ja, dit is een heus Amerikaans landschap.
-Ik kan de Rocky Mountains haast al zien!
-Nou, we vlogen er zelfs bijna tegenaan!

Intermezzo
U kunt zich wellicht voorstellen dat wij, reisgenoten, elkaar vanaf dit punt beginnen af te wisselen met elkaar opeenvolgende stemmingen van hyperactiviteit en melige lachbuien naar complete inzinkingen waarbij we bijna staande in slaap vallen. Vooral de wachttijd van 6 uur op het suffige vliegveld in Houston snoepte van onze energievoorraad en intellectuele vermogens (Kijk, daar loopt een echte Amerikaan! En nog een! En het is nog steeds licht om kwart voor 2 ‘s nachts, hihi!). Sabine besluit Spaans te gaan leren en valt bijna op haar boek in slaap.

1.6 Opnieuw inchecken
Onze beste Benjamin hoeft echter niet lang meer in de slaapstand te verkeren. Na een vertraging bij het instappen op het rommelige vliegtuig naar Guatemala City staat hem tijdens het inchecken een verrassing te wachten. Hij laat zijn paspoort zien, waarop de douane zegt:
-That’s not enough sir, we need to see your visa. Step aside, please.
-My what?
-Your visa.
-Okay.- Rustig ogend pakt hij alle papieren uit zijn tas en komt hij bij wijze van wanhoopsdaad begrijpelijkerwijze op de proppen met de European Voluntary Youth Card, die voor de douane niet méér betekenis heeft dan wanneer hij met een AH-bonuskaart was komen aanzetten.
-What’s that?!- vraagt de douane, terwijl hij met een vies gezicht naar het plasticje wijst. Wij, reisgezellen, kijken elkaar eens aan.
-Zouden we hier dan toch gaan stranden?- vraagt Sabine zich af. -Dat zou zo zonde zijn van al die wachttijd in dit saaie hol!- Ondertussen checkt Roberto zonder problemen in. En ik ook. We geven aan dat Benjamin bij ons hoort en dan is het:
-Oh, Holland? Sorry, you can go through.- Een nette -You scared me, sir- van Koen, even later gevolgd door een ontladend geluid dat nog het meest op een brullend nijlpaard lijkt en we vervolgen onze tocht vol enerverende prikkels.

1.7 In de lucht (2)
In het rommelige vliegtuig zit een radiozender met allemaal oude klassiekers (ik luister zoal naar Living Doll, Edith Piaff en My Bonny is over the Ocean) en dat maakt me vrolijk en houdt me wakker, ook al schijn ik op de fel TL-verlichte WC bloeddoorlopen, omkringde ogen en een vale huid te hebben. Regina Spektor doet me erg aan thuis denken en dwepen is na zoveel wakkere uren niet prettig, dus zij mag even haar mond houden.
En ja, om 04.40 uur Nederlandse tijd is het dan toch echt donker. Benjamin is inmiddels weer tot rust gekomen en geniet nu van een heuse Arnold Schwarzenegger op zijn mobieltje, bij gebrek aan de luxe die wij tijdens onze eerste vlucht mochten ervaren.

1.8 De laatste loodjes
Na een doolhof van verschillende rijen komen we bij de douane van Guatemala City uit, waar we ditmaal zonder problemen kunnen passeren. Het verhaal is hierbij nog niet afgelopen, want de koffers zijn nog niet binnen. Zoals in vele blogs terug te vinden is, gaat het vervoer van bagage niet altijd vlekkeloos. Wij worden allemaal met ons koffer verenigd, in tegenstelling tot 2 medereizigers die met lege handen het vliegveld moeten verlaten. Helaas is die van mij compleet gemolesteerd. Na een grondige check (niets eruit, niets nieuws erin) is de grootste schrik alweer voorbij. Dit wordt een werkje voor de reisverzekering want de mevrouw van United Airlines zegt dat ik hem achter mag laten ter reparatie, waar ik haar toch maar voor bedank. De tijd verstrijkt, en om Josan, die ons buiten staat op te wachten, niet ongerust te maken gaan Roberto en Benjamin vast vooruit. Wanneer Sabine en ik eindelijk richting de laatste koffercontrole rollen (rollen kan de koffer nog wel) komen we hen echter weer tegen. Ze waren vergeten hun vluchtnummer op het gele briefje te zetten en werden daarom tegengehouden door een standvastige meneer. Wij stoere meiden helpen hen uit de brand en verlaten het vliegveld om enthousiast te worden begroet door een inmiddels ietsje ongeruste Josan. Nu staat ons nog een bochtige busreis te wachten en die slaat, in koor met het feit dat ik op donderdagnacht mijn laatste 5 uur slaap heb gehad, hard toe. Maar we halen het hotel, waar ik op bed kan neerploffen en uitrusten. We made it!

Hasta pronto!